Vingerplant of Fatsia Japonica

In dit artikel over de vingerplant of Fatsia Japonica informatie over de grondsoort, bodem, standplaats, onderhoud, voeding en bemesting en water geven voor deze prachtige en sierlijke kamerplant. Wat niet veel mensen weten is echter dat dit ook een gewone tuinplant is.

Als kamerplant staat hij net zo lief in de zon als in de schaduw. De bladeren van de vingerplant  hebben wel wat weg van handen met vingers. Vandaar de Nederlandse naam vingerplant. Hij komt van oorsprong uit Japan, vandaar de toevoeging Japonica in de Latijnse naam. Als kamerplant worden ze maximaal 2 hoog (en soms breed) maar in de natuur kunnen ze uitgroeien tot flinke struiken. Hij is familie van de klimop en hij bloeit met kleine witte bloemetjes waarna zich zwarte bessen vormen.




Kenmerken:
Grondsoort: Kalkarm, humusrijk, lichtzuur/neutraal
Bodem: Doorlaatbaar, vochtig maar nooit nat, humusrijk
Standplaats: licht, halfschaduw, af en toe zon (gefilterd)
Vocht: vochtig maar nooit nat, sproeien, vochtige lucht
Voeding en bemesting: niet te veel voeding en bemesting
Hoogte: tot 2 meter

Grondsoort en bodem:
De Fatsia Japonica stelt als kamerplant geen al te hoge eisen aan de grondsoort. Net als veel kamerplanten heeft hij een voorkeur voor een kalkarme, lichtzure en doorlaatbare grond. Zorg dus voor een doorlaatbaar en humusrijke bodem.

Standplaats:
Ondanks dat de vingerplant net zo lief in de zon als in de schaduw staat, is een plek in de volle zon af te raden. Hij kan dan gelig blad krijgen. Een lichte plaats met af en toe een gefilterd zonnetje is gewenst. 4 a 5 uur helder licht (inclusief wat zon) is ideaal.

vingerplant

Bodemadvies voor Kamerplanten:
Zorg voor een doorlaatbare grond in de pot door potgrond te mengen met wat kokosvezels, turf en grof zand. Schep het goed door elkaar, maak het vochtig en plaats de pol in het midden van de pot. Leg onder in de pot eventueel een laag hydrokorrels of (schoon) grof grind.
Doe geen compost of koemest door de grond want de wortels van deze plant kunnen daar niet tegen. Geef voeding voor groene planten maar pas op met de geadviseerde hoeveelheid. Voor de zekerheid halveren is het veel gelezen advies op internet.




Verzorging:
Verpot de Vingerplant 1x per 2 jaar. Geef hem een lekkere ruime en grote pot zodat hij niet omvalt als hij groter word. Sproei de bladeren regelmatig, daar houd hij van. Geef hem nooit te veel water in één keer en laat de pot nooit uitdrogen.
De Vingerplant is niet echt geschikt om te snoeien. Krijgt de plant bij kale takken met weinig blad dan kun je die natuurlijk wel weg halen.

Vocht:
Laat Fatsia nooit uitdrogen. Zorg voor goed doorlaatbare grond en laat de plant nooit in het water staan. De plant houdt ervan om gesproeid te worden zeker als in de winter de verwarming hoog staat en de lucht droog word.

Neem altijd kalkarm water. Dat kun je krijgen door het water te koken. Het kalk slaat dan neer. Je kunt het ten overvloede door een doek filteren of een waterkoker gebruiken met zo’n lekker fijn metalen filtertje in de tuit. Succes gegarandeert.

Voeding en bemesting:
De Fatsia Japonica heeft weinig voeding nodig. Van april tot september bijvoeden lust de Fatsia wel wat extra’s en in deze periode kunt u extra bemesten. Voeding geven alleen in het voorjaar of zomer. Geef nooit teveel dit kan leiden tot verbranding van de wortels. Kijk op de verpakking voor de juiste dosering.

Omdat de plant redelijk snel groeit zal hij ongeveer om het jaar verpot moeten worden. Een goede potgrond voldoet en onder in de nieuwe pot kan het beste een laag hydrokorrels aangebracht worden.

Giftig
De Fatsia is giftig bij inname en het sap heeft een irriterende werking op de huid.

Gebruik nooit gif in uw tuin. Neem biologische bestrijdingsmiddelen van Ecostyle of andere ecologische merken. Gebruik nooit spullen van Bayer of HG. Dit is allemaal vergif en dat is één van de oorzaken van de terugloop van het aantal insecten.





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com