Prunus serrulata of Japanse sierkers

In dit artikel over Prunus serrulata of Japanse sierkers informatie over de grondsoort, bodem, standplaats, onderhoud en bemesting van de Prunus. De weelderige roze en witte Prunus of Japanse kers is een geliefde boom in onze tuinen en plantsoenen vanwege zijn volle bloei in het voorjaar. Feitelijk is de Prunus een opgaande struik. Hij word echter vaak op een onderstam ge├źnt waarna he t klassieke op een knotwilg gelijkende bloesemboompje ontstaat. De hangende takken en de prachtige bloemen in de lente zorgen voor een idyllische aanblik.




Prunus, Japanse kers, Prunus Serrulata

Kenmerken van de Prunus of Japanse Kers

Grondsoort: normale (verbeterde) tuingrond, geen aparte eisen.
Bodem: doorlaatbaar, humusrijk, matig voedselrijk, vruchtbaar, enigszins kalkhoudend
Licht: volle zon tot halfschaduw
Vochtigheid: Geen bijzondere eisen
Zuurtegraad: Neutraal/kalkrijk

Prunus serrulata of Japanse sierkers: klassieke hangende soort voor de kleinere tuin
Houdt van lichte kalkgrond, verder zelfde als de algemene kenmerken.

Standplaats:
De Japanse sierkers staat graag in de volle zon. Hij wortelt in het begin niet al te diep dus ondersteun hem in de eerste jaren met een stok of paal. Hij houd van matig voedselrijke tuingrond maar stelt feitelijk bijzonder weinig eisen aan de boden waar hij in staat.

Grondsoort en bodem
Zorg voor goed doorlaatbare grond die wel vocht vasthoud. Een humusrijke ondergrond van normale matig voedselrijke tuingrond voldoet uitstekend. Dit word ook bewezen door het feit dat deze prachtige voorjaarsbloeier het ook uitstekend doet als infrastructuur-groen in woonwijken en parken. Af en toe en beetje kalk rond de stam (elke 2 jaar is voldoende) en klaar ben je.

Prunus serrulata of Japanse sierkers

Onderhoud:
Over het algemeen is er niet veel snoei nodig. Als je wilt snoeien, is dat het beste na de bloei. Eigenlijk kun je volstaan met periodieke vormsnoei. Mijn overbuurman heeft een klassieke (vrij grote) prunusboom en hij probeert die nu la jaren in toom te houden. Onbegonnen werk dus. Hij snoeit hem als een knotwilg terug maar binnen 2 jaar is die boom weer even groot. Je kunt dus beter de bestaande takken aftoppen om meer breedtegroei en dichtheid te bewerkstelligen want het is mijn ervaring dat hij van snoeien alleen maar sneller gaat groeien.




Mijn eigen Prunus
Dat de Prunus een makkelijke gast is blijkt wel uit bovenstaande foto. Wie denkt dat hier een struik staat heeft het feitelijk mis. Op deze plek stond ooit een forse prunus waarvan de stam een doorsnede had van ongeveer 40cm. De stronk van de gekapte boom staat er nog en heeft ook nog eens forse worteluitlopers. Uit die stronk komt bovenstaande struik. U ziet dus de rechterkant van de stronk waar deze pluk met takken uit groeit. De stronk is voor ons onmogelijk weg te halen dus we laten hem lekker zitten, zeker omdat er een fraaie bloesemboom uit ontspringt.

Zo makkelijk is deze boom dus.
De vorm van deze struik heet “zuilvormig” en het is een veel voorkomende groeivorm van de Prunus. Je moet hem wel af en toe een beetje opschonen want na een paar jaar komen er steeds minder bloemen aan. Het kan dan handig zijn klein spul rondom de zuil weg te snoeien en sommige takken af te toppen zodat je mooi uitlopen en weer volle takken vormen.





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com


Aangepast door Ger