Monnikskap of Aconitum vulparia

Monnikskap is bij uitstek geschikt voor de cottagegarden. In dit artikel over de monnikskap info over de grondsoort, bodem, standplaats, vermeerdering en onderhoud. Monnikskap is mooi maar giftig. Dus niet geschikt voor tuinen waar kinderen en/of huisdieren rondlopen.




Kenmerken van de Monnikskap of Aconitum:
Grondsoort: voedzame, humusrijke bodem
Bodem: Vochthoudend, waterdoorlatend
Standplaats: plekje in de halfschaduw
Vocht: vochthoudend, vochtig, niet nat of juist droog
Licht: zon, halfschaduw en evt schaduw
Hoogte: 125cm
Standplaats: sierborder
Kleur: Geel en oranje
Winterhard: volkomen
Bloeiperiode: Juli t/m september
Kan ook als snijbloem worden gebruikt

Monnikskap

Algemene informatie:
Deze plant is geschikt voor de wat grotere tuin. Hij past tussen bomen en heesters. Het is ook een prima borderplant, vooral voor de cottage garden en de wilde tuin. Hij houd van een zonnig plekje en een vochthoudende bodem. Het is geen plant voor een tuin waarin kinderen aanwezig zijn vanwege de giftigheid. De monnikskap dankt zijn naam aan zijn helmvormige bloemen. Je kunt ze krijgen in het Blauw, wit, lila en paars. Aconitum doet het goed in wilde en bosachtige tuinen maar het is ook een goede borderplant die goed te combineren is met andere planten zoals Achillea, phlox en Delphinium.

De soorten van dit geslacht komen vooral voor in de gematigde streken van het noordelijk halfrond. Van de 300-400 soorten komen er ruim 200 voor in China. De voornaamste standplaatsen zijn vochtige bodems van bergweiden. In Nederland en Belgiƫ komt slechts een soort van nature voor, de gele monnikskap (Aconitum vulparia)

Vermeerdering:
Na de bloei van drie jaar is deze plant te scheuren voor vermeerdering. Monnikskap kan ook vermeerderd worden door knolvorming. Neem om de paar jaar in het voorjaar de knollen uit de grond en plant ze weer terug met de nodige tussenruimte. De de knollen de ruimte te geven krijg je rijk bloeiende planten.

Planten:
Het planten kan het beste gebeuren in het najaar of vroeg in het voorjaar. Maak een ruim plantgat en meng compost, bladmulch, beetje grof zand en wat tuinaarde door elkaar. Ook een handje koemest behoort tot de mogelijheden. De plant houd van voedzame grond dus geneer je niet. Maak het plantgat lekker vochtig, zet de plant tot aan de stengel in de grond want hij kan windgevoelig zijn. Goede worteling is dus essentieel en dat betekent dat de wortelkluit helemaal in de grond moet zitten. Bemesting: Monnikskap houd van stikstofrijke voeding en bemesting. Geef veel en goede organische basisbemesting in het voorjaar. Ook tijdens de bloei mag hij extra (bloei)mest hebben.




Onderhoud:
Als hij eenmaal groeit en bloeit lekker zijn gang laten gaan. Bijmesten en zorgen dat hij niet uitdroogt. Zorg voor voldoende afwatering bij natte weersomstandigheden want hij kan echt niet tegen natte voeten. In het voorjaar het oude hout en bloemen weghalen zodat hij weer alle ruimte krijgt om te ontspruiten. Dan meteen even wat organische meststoffen aanbrengen.

Bemesting:
Monnikskap houd van stikstofrijke voeding. Geef in het voorjaar organische mest en in augustus nogmaals. Eventueel kun je nog bloeimest geven.

Waarschuwing:
Deze plant is aan alle delen giftig, zowel bij aanraking als bij inname. Dit geld ook voor de bloemen en de nectar. Van het blad kan het gif via de huid worden opgenomen: kinderen mogen het blad dus niet plukken.

Taxonomische indeling:
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Orde: Ranunculales
Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)
Geslacht : Aconitum





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com