Maagdenpalm of Vinca Minor en Major

In dit artikel over de Maagdenpalm of Vinca informatie over de grondsoort, standplaats, bodem vereisten, voeding en bemesting en vocht en licht. De Maagdenpalm of Vinca is geschikt voor de schaduw en staat graag en groeit makkelijk als bodembedekker onder struiken en bomen.




Prima dus voor onder de Rododendron of de Camelia. De maagdenpalm is een prachtige blauw bloemetje en heeft decoratief donkergroen loof. Leuk en makkelijk plantje dat bij mij wel eens een jaartje is weggeweest en het volgend jaar gewoon weer terugkwam.

Kenmerken Maagdenpalm

Grondsoort: Humusrijk, matig voedzaam
Standplaats: van zon tot schaduw (genoemd als schaduwplant)
Bodem: Vochtig maar verdraagt ook wel droogte
Kleur: blauw
Hoogte: 20 tot 40 cm
Vocht: vochtig tot matig vochtig
Licht: zon, half schaduw en schaduw
Bloeiperiode: Maart tot juli

Algemene informatie:
Er zijn twee soorten maagdenpalm, de kleine (vinca minora) en de (Vinca major). Het zijn uitstekende bodembedekkers die sterk zijn en schaduw verdragen. Je vind ze dan ook vaak in de wilde en onderhoudsarme tuin. Onder bomen en struiken houden ze het onkruid weg en ze zijn zo sterk dat je er best een keer overheen kunt lopen.

Maagdenpalm of Vinca is een geslacht van vier groenblijvende struiken uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae) Het geslacht komt van nature voor in Europa, Noordwest-Afrika en Zuidwest-Azië. De lange, slingerende takken worden 1-2 m lang maar komen niet meer dan 20-40 cm boven de grond. De takken schieten gemakkelijk wortel waar ze de grond raken. De plant verspreidt zich hierdoor gemakkelijk. De bladeren zijn lancetvormig tot ovaal en 1-9 cm x 0,5-6 cm groot.

De bloemen worden vrijwel het gehele jaar door geproduceerd. Ze hebben dezelfde vorm als die van de Phlox met vijf ongebruikelijk paars/violette (soms witte) kroonbladen. De kroonbladen komen aan de voet samen en vormen dan een buis. De twee soorten kleine maagdenpalm (Vinca minor) en grote maagdenpalm (Vinca major) zijn populaire tuinplanten. Zij worden aangeplant om hun groenblijvende bladeren en hun paarse bloemen.

maagdenpalm vinca (4)

Standplaats:
Tot mijn verbazing staat deze plant als wintergroen en vochtminnend te boek. Bij mij in de tuin is het loof in de winter niet te zien. Misschien omdat hij op een nogal arm stukje grond staat. Wat dat betreft is mijn ervaring dat hij niet perse humusrijke en voedzame grond nodig heeft. Hij doet het ook prima op een arm stukje vrij droge grond naast de parkeerplaats. Maar wel beschut onder een struik. De sterke bodem-bedekkende groeiwijze zorgt er voor dat er er struiken en andere hogere planten in het dichte tapijt kunnen worden geplant. Ook zijn ze uitstekend geschikt om onder struiken te planten hoewel ze in de schaduw minder uitbundig bloeien.




Planten:
Zet de maagdenpalm bij voorkeur op een zonnige plek want dan gaat hij mooi bloeien. Elders kan ook maar hoe minder zon des te minder mooi gaat hij bloeien. De maagdenpalm is van oorsprong een plant van het bos. Maak de grond dan ook los en meng wat compost en ander materiaal zoals bladmulch en turf door de grond om het los en waterdoorlatend te maken. Zorg er voor dat de plant lekker nat in het plantgat gaat om hem op weg te helpen en goed aan te slaan.Je zet de plantjes met een stuk of drie bij elkaar, zo’n 35 cm uit elkaar. Dit omdat ze vanzelf gaan uitdijen. Ze maken uitlopers via hun horizontale takken dus je zult al na een jaar een flinke patch met blauwe bloemen hebben.Hou er rekening mee dat de maagdenpalm van nature een plant is voor bosgrond en dus van enig vocht houd. Geef hem in de zomer, zeker op zonnige plaatsen dan ook extra water. Verder in het najaar wat compost en de grond rondom de plant los en waterdoorlatend houden. Hij houd niet van staand water.

Snoeien:
Het is een enorm sterke plant dus je kunt hem gerust met enig geweld terug zetten. Hij komt gewoon weer op.Snoei de maagdenpalm terug vlak boven de grond. Neem dit niet letterlijk, want er moet genoeg van de plant overblijven voor de plant om opnieuw op uit te lopen. Dat zorgt voor verjonging waardoor de plant vitaal en sterk blijft. Snoei met name de horizontale takken weg, dit voorkomt woekering. De snoeihoogte wordt bepaald door de plaats waar de hoofdtakken zich gaan vertakken. Want die vertakkingen moeten er ook na het snoeien nog zijn. Hoe meer er overblijven, hoe breder de plant uitgroeit. Let op dat er wat lengte blijft boven de vertakkingen, want op de slapende knoppen die daar aanwezig zijn gaat de plant weer opnieuw uitlopen.

Vermeerderen:
Veel makkelijker kan het niet. Zodra een uitloper worteltjes heeft kun je de stengel losknippen van de plant en het ergens anders neerzetten. Ook kun je na een paar jaar een grote kluit scheuren. Even drenken en de stukken verspreiden. De plant is ijzersterk dus de stukjes zullen weldra wortel schieten. Eventueel kun je ze in potten met stek- en wortelgrond voorbewerken en ze later uitplanten op de plek waar je ze wilt hebben.

Taxonomische indeling:
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Lamiiden
Orde: Gentianales
Familie: Apocynaceae (Maagdenpalmfamilie)
geslacht: Vinca





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com