Lievevrouwebedstro, klassieker in de tuin

Asperula odorata of Lievevrouwebedstro is ook bekend als Galium odoratum. In dit artikel informatie over de standplaats, grondsoort, onderhoud,  vermeerdering en bemesting en voeding voor Lievevrouwebedstro. Het is een winterharde vaste plant die een plag of zode rondom een wortelstok. In april en mei bloeit Lievevrouwebedstro met kleine witte bloemen en bereikt een hoogte van zo’n 20 cm. Onzelievevrouwebedstro staat bij voorkeur in losse, humeuze en vochtige grond. Bijzonderheid: Het is een plant die wordt toegepast in meerdere alcoholische dranken.

lievevrouwebedstro 1

Lievevrouwebedstro of Asperula Odorata

Kenmerken
Grondsoort: Humusrijk, losse tuingrond
Bodem: Luchtig en vochtig
Standplaats: halschaduw, schaduw
Kleur: wit
Hoogte: 15 tot 20 cm
Bloeiperiode: April, Mei  (voorjaarsbloeier)

Grondsoort en standplaats:

Over de grondsoort waarop het lievevrouwebedstro goed gedijkt lopen de meningen uiteen. Ze variëren van een “eerder droge” naar een “alleszins vochtige” grond en van een “niet zure” tot een grond met een zuurgraad pH van 4,5-5,5.
Lievevrouwebedstro is een bosplant die een schaduwplekje vraagt op losse, vochtige, humusrijke grond. In de zon worden de blaadjes lichtgroen, waardoor de witte stervormige bloempjes bijna geen contrast meer vormen met de bladeren en de plant veel van zijn decoratieve waarde verliest. Op een zonnige en tegelijkertijd droge standplaats wordt de plant bruin en sterft af.




Feit is dat het kruid een schaduwrijke plaats verkiest op een losse, goed doorluchte en voedselrijke grond met goede humusvorming en vooral in de lente wat vocht. Denk daarbij aan bosgrond.
Lievevrouwebedstro is een ideale bodembedekker voor moeilijke plaatsen in de tuin. Het groeit bijvoorbeeld in een droge beschaduwde grond onder een boom, of zo maar op een boomstronk. Bedstro is een mooie plant, zowel voor de wilde als voor de siertuin.

Vorm en voorkomen:

De plant heeft een dunne, kruipende wortel met veel uitlopers. De vierkantige, rechtopstaande stengel is 10-30 cm hoog, teer en onvertakt. De zes tot negen enkelvoudige, lancetvormige blaadjes zijn 1-4 cm lang en schijnbaar sterbladig. De blaadjes staan als spaken rond een wiel.  De sterachtige bloemen zijn wit en staan in meertakkige schermen op een lange steel.  Ze bevatten veel nectar. Bestuiving geschiedt door vliegen en andere insecten.

Daar de plant zich door haar kruipende wortelstok vlug vermeerdert, komt zij steeds in grote hoeveelheden voor en vormt als het ware één groot groen tapijt met een massa witte sterretjes. De kruipende wortelstokken kunnen zich langzaam uitbreiden zonder dat ze echt gaat woekeren.
De komt in Nederland vrij algemeen voor in Zuid-Limburg maar is vrij zeldzaam in Twente en in de Achterhoek. Elders komt ze alleen verwilderd voor (= sporadisch)




Vermeerdering:

Zaaien: Je kunt de plant vermeerderen door zaaien. Nieuw zaad ontkiemt goed in standaard zaai- en stekgrond. Zorg er wel voor dat de plantjes sterk genoeg zijn om uit te planten. Zet er meerdere bij elkaar, ze zullen snel een tapijt vormen.
Stekken: Neem in het voorjaar of in het najaar stekken van een volwassen plant. Kies stevige stengels van ca. 10 cm lang en verwijder de onderste blaadjes. Doop de stekken eerst in water en dan in een groeistof. Plant deze, met het kale gedeelte volledig bedekt, in een bak, gevuld met vochtig grof zand. Houd het zand vochtig en zet de stekjes in de schaduw. De stekjes schieten binnen drie weken wortel. Plant ze daarna uit.

Scheuren: In de lente of in het vroege najaar kan men het kruid ook scheuren. Men doet dit door de wortels van de opgegraven plantjes met een kammende beweging van de vingers te verdelen (zorg ervoor dat er zo weinig mogelijk wortels breken) en uit elkaar te trekken. Graaf nieuwe plantgaten waar de wortelkluiten goed in passen. Breng in ieder gat een 5 tot 10 cm dikke compostlaag aan. Plant de nieuwe pollen even hoog als voorheen en 20 à 30 cm uit elkaar. Regelmatig begieten tot ze weer goed ingeworteld zijn. Maak het vooral niet te drassig.

Naamgeving:

De plant is gewijd aan Maria en de naam bedstro is ontstaan omdat het als strooikruid in de slaapkamers werd gebruikt en dat het bij ziekte boven het bed werd opgehangen. Galium komt van het Griekse gala (melk). Vroeger werden deze planten gebruikt om melk te stremmen (kaasbereiding). Odoratum betekent ” zeer welriekend

Biotoop:
Beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkrijke, humeuze grond met een goed verterende humuslaag (leem, löss en mergel). Bossen (loofbossen, met name beukenbossen, hellingbossen en landgoedbossen) en struwelen.

Bronnen: Wikipedia en Wilde planten.nl





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com