Hazelaar of hazelnoot boom of struik

Op deze pagina informatie over de hazelaar of hazelnoot (struik) betreffende de grondsoort, bodem, onderhoud, standplaats, onderhoud en snoeien en de hazelnoten zelf. De hazelaar of hazelnoot is een struik met meerdere stammen. Hij bloeit met zogenaamde katjes en behoort tot de Berkenfamilie. De latijnse naam van de Hazelnoot is Corylus avellana. De hazelnoten die er vanaf komen worden veel door dieren gegeten. Vooral vogels maar als ze er zijn natuurlijk door eekhoorntjes. Het is de eerste bloeiende struik van het jaar. Je vind de hazelaar in bosranden en hagen, in parkachtige omgevingen, als infrastructuur-groen en in bosachtige omgevingen.




Hazelaar of Hazelnoot

 hazelaar of hazelnoot
 hazelaar of hazelnoot
 hazelaar of hazelnoot

Bodem: droge tot vochtige, goed doorlaatbare en luchtige, matig voedselrijke, zwak zure minerale grond
Bodem: goed doorlatende, humusrijke, compostrijke losse zandige bodem.
Grondsoort: mergel, löss, leem, lemig zand en klei, bosgrond
Grondsoort: Zandig, gemengde vormen met zand en klei. Dus geen monocultuur zoals zand of klei alleen.
Standplaats: Zonnige tot matig beschaduwde plaatsen
Groeiplaatsen: Bossen, loofbossen, parkbossen en wegen en boswegen), bosranden, hagen, struwelen
Bloeiperiode: Januari t/m april
Groeivorm: struik met meerdere stammen tot 7 meter hoog

Namen:
Engels: Hazel (spreek uit: Hezel)
FransNoisetier
Duits: Gewöhnliche Hasel

Standplaats:
Hoewel de hazelaar van alle Nederlandse struikensoorten het best tegen schaduw kan zit er aan deze schaduwtolerantie ook een grens. grenzen. Onder een dicht bladerdek in een bos kan de Hazelaar niet goed gedijen. Aan bosranden, in stroken met bomen en struiken in een parkachtige omgeving of in een grote tuin of moestuin met een beetje beschutting kan de Hazelaar echter prima gedijen. In de buitenwijken van Amsterdam, waaronder de Bijlmermeer, is de Hazelaar een graag geziene gast en in de herfstmaanden zie je (met name allochtone) mensen de noten in grote hoeveelheden oogsten.

Bodem:
De hazelaar of hazelnoot houd van een gemengde grondsoort. Altijd zandig met klei, loss, leem en mergel. Vooral geen vette klei dus. Vandaar dat hij het zo goed doet in aangelegde parkachtige omgevingen, aan bosranden en stuikgewas langs de wegen als infrastructuurgroen. De bodem mag kalkhoudend zijn op matig voedselrijke, vochtige grond.

Bloeiwijze en vruchten:
De hazelaar is eenhuizig: elke struik bevat mannelijke en vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloemen zitten in grote aantallen bijeen in hangende bleekgele katjes, de vrouwelijke zijn knopvormig en staan rechtop met één tot drie bloemen bij elkaar. Hazelaars zijn naaktbloeiers, dat wil zeggen dat ze bloeien voordat ze bladeren hebben. De bloei begint al in januari. Hierbij wordt veel stuifmeel geproduceerd en vervolgens door de wind verspreid. Hazelnoten, de vruchten van de hazelaar, worden omgeven door een soort bladachtig kapje. Ze zijn rijp in september en vallen van de struik af.

Mest en voeding:
De hazelaar of hazalnoot is een grote struik. Staat hij in de tuin op een vaste plek dan is het aan te raden jaarlijks een flinke laag compost rond de struik te strooien en een beetje in de grond te werken. Staat hij in een bosachtige of parkachtige omgeving (tussen andere begroeiing) dan zal er voldoende voeding in de grond komen. Maar een beetje extra kan nooit kwaad.

Snoeivoorschriften:
Snoeien doe je in februari of juni, dus voor of na de bloei. snoei je alleen om te verjongen en dood hout weg te halen. Ook kun je te veel scheuten weghalen. Als de plant na 7 tot 10 jaar volgroeid is begin je hiermee. Je snoeit tussen oktober en februari (de rustperiode, voordat hij gaat bloeien) dood hout en 2 grote stammen weg die niet meer mooi zijn. Nieuwe scheuten scheuten laat je doorgroeien. Elk jaar kun je dood hout en kruisende takken verwijderen.
Bij de fraaie kronkelhazelaar kunnen er rechte takken opschieten vanuit de kluit. Die kun je meteen weghalen. Verder kan het nuttig zijn de onderzijde van de Hazelaar of hazelnoot schoon te houden en kleien uitstekende takken weg te halen en als er erg veel scheuten komen kun je die ook uitdunnen.




De hazelnoot als fossiel
In het Pleistoceen wisselden ijstijden zich af met warmere perioden, waarin het landijs dat de noordelijke delen van Europa bedekte volledig smolt. De temperatuur in juli was tijdens deze interglacialen gemiddeld 18 °C. Onder deze gematigde omstandigheden ontwikkelden zich in ons land loofbossen. Een van de planten in deze bossen was de hazelaar, een heester die goed tegen schaduw kan. Hazelaars groeien bij voorkeur op matig voedselrijke, vochtige en vaak kalkhoudende grond.

De voedselrijke hazelnoten worden verzameld door Vlaamse gaaien, eekhoorns en muizen, die er een wintervoorraad mee aanleggen. In het Pleistoceen zullen ook herten, oerossen en zwijnen zich ermee gevoed hebben. Hazelnoten hebben een harde, houtachtige vruchtwand en rotten daardoor niet snel weg. Bij baggerwerkzaamheden komen dan ook regelmatig fossiele hazelnoten aan het licht.

Als u op deze linkt klikt vind u een zeer uitgebreid artikel over de verspreiding van de hazelaar in het pleistoceen.

Gebruik nooit gif in uw tuin. Neem biologische bestrijdingsmiddelen van Ecostyle of andere ecologische merken. Gebruik nooit spullen van Bayer of HG. Dit is allemaal vergif en dat is één van de oorzaken van de terugloop van het aantal insecten.





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com