Grondsoort voor bloembollen

De grondsoort voor bloembollen is bijzonder belangrijk. De telers van bloembollen ontdekten al lang geleden dat de grondsoort voor bloembollen achter de Nederlandse duinen erg geschikt is om bollen te telen. Bollen hebben namelijk een hekel aan veel water. Daar hebben de zogenaamde geestgronden achter de duinen geen last van. Het regenwater zakt er gemakkelijk door. En het grondwater zit er diep.



Geestgronden:
Geestgrond is een cultuurgrond en een uitstekende grondsoort voor bloembollen. Geestgronden bestaan uit duinzand dat vermengd is met klei en/of veen dat van elders is aangevoerd. Het grondmengsel is erg geschikt voor de bloembollenteelt. De bollenstreek langs de Noord- en Zuid-Hollandse kust heeft zich kunnen ontwikkelen dankzij de aanwezigheid van geestgrond.

Hoewel het duinzand eveneens van elders kan zijn aangevoerd gaat het meestal om vlak land dat is achtergebleven na het afgraven van het duin. Geestgronden bevinden zich daardoor meestal langs de kust aan de landzijde van het duingebied van Noord- en Zuid-Holland, Zeeland en Vlaanderen. Geestgronden zijn vaak nog omringd door kleigronden of laagveen.  Bollen houden ook van kalk in de bodem. Dat is op de geestgronden ook al geen probleem. Zo vlak bij de zee zit er veel schelpengruis in de bodem.

De beste grondsoort voor bloembollen is dus zand met klei en/of compost. Heb je kleigrond of erg voedzame grond doe er dan flink wat zand doorheen. Zorg altijd voor goede drainage of afwatering. Te veel vocht is heel slecht voor je bollen.

grondsoort voor bloembollen (11)

Grondsoort voor bloembollen

Heel lang hebben de telers gedacht dat je alleen op deze geestgronden bloembollen kon kweken. Dat is ook zo voor narcissen en hyacinten. Maar later deden ze een belangrijke ontdekking. Tulpen, lelies en gladiolen deden het ook prima op lichte klei. Je ziet nu dan ook in vele andere delen van ons land bloembollenvelden. Er is dus meer dan één geschikte grondsoort voor bloembollen.

Belangrijk voor de grondsoort voor bloembollen zijn de volgende criteria:

Goede losse structuur
Goede doorlaatbaarheid / drainage
Matig voedselrijk
pH tussen de 5,5 en 7

Voor bollen zul je dus over het algemeen wat voorwerk moeten doen aan de grond. Goed losmaken, verrijken en draineren zijn manieren om je tuingrond geschikt te maken voor mooie bloembollen.  Een hoeveelheid compost toevoegen kan in ieder geval nooit kwaad. Je maakt de grond er waterdoorlatend mee en zorgt voor voldoende voedsel.

Voor de volledigheid geef ik hieronder een opsomming van de meest bekende grondsoorten:

Klei
Kleigrond is zware grond met een hoge dichtheid. Dit laatste omdat klei  bestaat uit kleine deeltjes (< 0,002 mm) Vanweg die hoge dichtheid is klei minder waterdoorlatend dan bijvoorbeeld zand. Positief bijverschijnsel is dat klei beter water vasthoudt.

Het is daarom wenselijk om kleigrond te vermengen met compost of bladmulch om hem luchtig te maken en geschikt voor bloembollen. Doe je dit niet dan krijgen de wortels geen zuurstof en blijft er teveel vocht in de grond zitten. Gevolg is verstikking en verrotting van je gewas.

Nog een voordeel van kleigrond is dat het voedingsstoffen beter vasthoud dan zand. Door de hoge mate waarin water door het zand wegstroomt verliest het ook veel voeding. Dat heet uitspoelen of uitwassen.

Klei is vrijwel altijd voedselrijk omdat allerlei organische stoffen zitten ingebed in het sediment. Klei vind je vooral op plekken waar water is geweest. Je hebt voornamelijk zeeklei en rivierklei.

Het water heeft organisch materiaal meegenomen en dat is gelijk met de zeer fijne zanddeeltjes neergeslagen na overstromingen en op ondiepe gedeeltes.

Omdat de deeltjes zo klein zijn blijven de voedingsstoffen in de grond aanwezig terwijl dezelfde voedingstoffen in zand er worden uitgespoeld.

Zand

Zand bestaat uit veel grotere deeltjes van klei. Zandgrond bestaat uit grote deeltjes, die los op elkaar zijn gestapeld. Dat noem je ook wel ongeconsolideerd materiaal. Zand is ongeconsolideerd (los), korrelig materiaal en een van de meest voorkomende natuurlijke stoffen op aarde.

Zand bestaat uit zeer kleine stukjes steen, zandkorrels, die in grootte variëren tussen 63 micrometer en 2 millimeter. Als de korrels kleiner dan 63 micrometer zijn heet de grondsoort silt; bij korrels groter dan 2 millimeter spreekt men van grind.

Zand komt meestal voor als sediment, hetgeen wil zeggen dat het zand is vervoerd door water of wind. Zo zijn van zand duinen, stranden, woestijnen en rivieren ontstaan. De korrels zijn meestal afbraakmateriaal van gesteenten, maar kunnen ook van organische afkomst zijn (schelpen, koraal).

Zoals reeds eerder opgemerkt heeft zand als voordeel dat het erg goed water doorlaat en dat zand door het losse karakter zorgt voor voldoende zuurstof voor de wortels. Daar staan als nadelen tegenover dat het snel uitdroogt en dat de voedingstoffen er snel uitspoelen.

Wil je dus bloembollen of andere planten op zandgrond kweken dan moet je organisch materiaal doorheen mengen. Compost is daarvoor het aangewezen materiaal. Maar ook veen komt in aanmerking. Verder moet je in droge periodes veel water geven, want ook de mengvormen van zand voeren snel en veel water af.

Dat betekend dus ook bijjmesten. Enerzijds door jaarlijks extra compost door de grond te mengen, anderzijds door kunstmatige meststoffen door de grond te mengen.



Zand kent ook nog een aantal subvormen:

Zavel:
Zavel (van het Latijnse sabulum; “grof zand” of “kiezelzand”) is een (minerale) grondsoort. Men spreekt van zavel als grond een bepaald percentage lutum bevat. De rest is zand. Zavel wordt gebruikt voor de teelt van bloembollen. Het is meestal vruchtbaar, goed te bewerken, vochthoudend en doorwortelbaar.
Lutum zijn kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm. Bij een lutumpercentage tussen 8% en 12% spreekt men van zeer lichte zavel, bij lutumpercentage tussen 12% en 17,5% van matig lichte zavel, bij lutumpercentage tussen 17,5% en 25% van zware zavel. Bij lutumpercentages van meer dan 25% spreekt men van klei.

Geestgronden
Zand met veen en compost er aan toegevoegd om het voedselrijker en compacter te maken voor bebouwing.

Loss
Löss is een eolische afzetting van silt. Silt is de textuurfractie met een korrelgrootte die tussen die van zand en lutum in ligt. Qua samenstelling bevat löss voornamelijk siliciclastica (kwarts en andere silicaten), maar het kan ook een kleine fractie kleimineralen bevatten. Soms is die fractie groter geworden sinds het moment van sedimentatie als gevolg van chemische verwering.

In het dagelijkse spraakgebruik wordt het begrip löss of Limburgse klei veelal gebruikt voor gronden die onder andere voorkomen in Nederlands en Belgisch Limburg, langs de Veluwezoom bij Rheden, in de Achterhoek en op het plateau bij Groesbeek ten zuidoosten van Nijmegen. De Nederlandse löss heeft een typerende geelrode kleur.

Veen:
Veen is een natte zuurstofarme en sponsachtige grondsoort, die is opgebouwd uit gehumificeerd plantaardig materiaal. Het ontstaat in moerassen. Gedroogd is het brandbaar en staat het bekend als turf. In Noord- en West-Nederland worden uitgestrekte veengebieden al honderden jaren vooral als weidegebied voor koeien gebruikt. Drassige gronden en veengebieden of veenmoerassen waar turf werd of wordt gestoken, werden vroeger ook wel moer genoemd. Wanneer veen aan toenemende druk en temperatuur wordt blootgesteld vormt zich bruinkool.

Veen bestaat dus niet ui korrels zoals klei en zand. Veen houdt water vast en werkt als een spons. Veengrond is dus een drassige grond. Veen op zich is niet geschikt om bollen op te verbouwen. Het is te nat en als het uitdroogt neemt het gaan water meer op. Maar je kan veen wel als middel gebruiken om zandgrond te verrijken en geschikt te maken voor bollen of andere gewassen.

Tuingrond:
Het komt zelden voor dat je tuin precies de goede samenstelling heeft om bollen welig te laten tieren. En als dat het geval is zul je het volgende jaar of het jaar daarop al weer extra voeding in moeten brengen.

Onderhoud daarom je tuingrond. Schroom niet om af en toe een stukje af te graven en de doel weg te gooien. Breng nieuwe grond aan en meng er voedingstoffen doorheen.  Ik gebruik tuinaarde met compost als extra voeding. Meng de compost er goed doorheen of gooi het bovenop de grond. Je moet namelijk te aller tijde voorkomen dat wortels van planten in aanraking komen met de compost. De wortels kunnen dan verbranden of de plant krijgt een overdosis aan voeding. Gele bladeren en het ontbreken van bloemen kunnen daar een teken van zijn.


x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com


Aangepast door Ger