Geitenbaard of Aruncus, schaduwplant

In dit artikel over de schaduwplant Geitenbaard of Aruncus die veel gelijkenis vertoond met de Astilbe of Spirea, informatie over de grondsoort, bodem, standplaats, onderhoud, plantvoorschriften, bemesting en voeding van de Geitenbaard of Aruncus. Een fraaie en elegante uitbundige bloeier met een prachtige witte tint. De geitenbaard word groot en is dus minder geschikt voor de kleinere tuin.

Kenmerken van de Geitenbaard

Grondsoort: humusrijk, voedselrijk, licht kleiig
Bodem: waterkant, vochtig
Standplaats: halfschaduw, schaduwrijk, vochtig, waterkant
Kleur: Wit, creme
Bloeiperiode: Juni
Bemesting:
Vocht: Nat, waterkant
Licht: weinig




Standplaats:
De Geitenbaard houd van vocht en een plek naast een vijver, sloot of vochtige laagte in de tuin is ideaal. Het zijn geen liefhebbers van de volle zon en hij staat in de lijst van schaduwplanten die geschikt zijn om op schaduwrijke plaatsen te zetten. De Geitenbaard heeft wel wat ruimte nodig. Hij kan 1.5 tot 2 meter in doorsnee worden en tot 2 meter hoog. Er zijn ook kleinere soorten maar hou er rekening mee dat je ruimte nodig hebt. Hij kan dan ook een fraaie achtergrond vormen voor wat kleiner spul op de voorgrond.

geitenbaard
By Epp

Bodem en grondsoort
De plant kan alle zuur, neutraal, kalkhoudend, humusrijke bodems en grondsoort aan. Hij wil echter wel de ruimte, ook voor zijn wortels. Een bodem met niet teveel oppervlakkige boomwortels heeft dus wel de voorkeur. Denk in dit geval aan de karakteristiek van een bostuin, bosrand, informele tuin , bloemenweide en oevers van vijvers en beken. Wel moet de bodem vochtig, voedselrijk en humusrijk zijn.




Onderhoud:
Veel onderhoud heeft de Geitenbaard niet nodig. Hou er wel terdege rekening mee dat de bloemen na een regenbui topzwaar worden en dan ondersteuning nodig hebben. Verder kun je de plant makkelijk scheuren en zo dus ook vermeerderen. Voor sommige soorten word het aangeraden om ze om de drie jaar te scheuren. Maar dat zie je vanzelf. Als de plant minder gaat bloeien of helemaal uiteen waaiert is het tijd om te verjongen.

Voeding en bemesting
Deze plant houd van een voedselrijke omgeving. De bodem moet dus veel organisch materiaal bevatten. Daarom is de plek aan het water ideaal want daar haalt de plant altijd voedsel vandaan. Verder dus veel compost strooien rond de plant en niet te zuinig met handjes tuinmest, koemest en meer van dat soort voedselrijke materialen. Ik adviseer om minstens 2x per jaar een selectie van voedingsrijke organische meststoffen rondom de plant te strooien.

Snoeien en vermeerderen
Snoeien is bij deze plant niet echt aan de orde. Wel kun je hem na de bloei afknippen om de pol voor het volende jaar mooi te laten opgroeien. Maar dat is geen snoeien maar vals als afknippen onder jaarlijks onderhoud.
Als hij te groot word haal je hem uit de grond en scheur je hem in minstens 3 of 4 stukken, meer kan ook. Zet één van deze stukken terug op de plek en laat ze weeg groot worden. Vergeet niet minstens 2 exemplaren in een pot op te kweken voor het geval het exemplaar dat je geplant hebt de geest geeft. Het is dus ook een mooie plant om op te kweken en weg te geven. Maar dan wel aan mensen met een vochtige tuin of waterkant anders maak je vijanden.





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com