Cyclaam cyclamen winterbloeiers

In dit artikel over de cyclaam cyclamen informatie over de grondsoort, bodem, onderhoud, standplaats, vermeerderen en bemesting van de Cyclaam cyclamen in zijn algemeenheid maar niet voor de kamerplant. De cyclaam is een knolgewas. Een cyclaam is een geofiet met een grote bolvormige en afgeplatte knol in de vorm van een broodje. Cyclaam Cyclamen vallen flink op met hun bloemen in een verder vaak bloemloze tuin.




Kenmerken van de Cyclaam cyclamen

Meerjarige plant
Standplaats: Schaduwrijk, Halfschaduw, onder struiken of bomen
Bodem: Goed waterdoorlatend, droog tot matig vochtig
Grondsoort: Kalkrijke, humusrijke (bos) grond
Bijmesten: ja, met beendermeel, compost en extra kalk.
Hoogte: tot 25 centimeter
Kleur: rood, roze, wit, bont
Winterhard: Ja
Bloeitijd: hele jaar, ook de winter

Algemene informatie
De Cyclaam cyclamen is een geslacht van vaste planten uit de sleutelbloemfamilie (APG II Myrsinaceae). De planten kunnen verschillende decennia leven. Er zijn cyclamen gevonden waarvan de knol een doorsnede had van 30cm. Men vermoed dat deze planten meer dan honderd jaar oud zijn. We kennen momenteel zo’n 23 soorten Cyclamen. De meeste ervan zijn afkomstig uit het Middellandse zeegebied, waar zij meestal groeien in bossen op droge grond in bergachtige streken. De grootste concentratie aan soorten vindt men in Klein-Azië. Cyclamen purpurascens komt voor tot in Centraal-Europa.

De bladeren, die in een rozet ontstaan, zijn vaak fraai, wit gemarmerd, met een typisch kerstboompatroon in hun midden. Tijdens de zomer sterven bij de meeste soorten de bladeren af.  De rode, roze, witte of bonte bloemen zijn overvloedig aanwezig. Ze zijn meestal geurloos behalve bij een paar soorten zoals het alpenviooltje. Door de verschillende bloeiperioden van de verschillende soorten treft men bloeiende cyclamen bijna het hele jaar door.

De kleine tuinvariant bloeit ook in de winter en is dan vaak het enige kleuraccent in een verder dorre tuin.
Cyclamen europaeum en Cyclamen coum bloeien vanaf december tot en met maart. Cyclamen neapolitanum (synoniem: Cyclamen hederifolium) bloeit al vanaf oktober en gaat door tot eind december.
Voor mij is de cyclaam een teken van hoop in de tuin. Er is nog leven in de dorre en grauwe woestenij. Samen met de Helleborus overbrugt de Cyclaam de periode naar de sneeuwklokjes en de rest van de bloembollen.

Planten:
De knollen van cyclaam Cyclamen houden van humusrijke en goed gedraineerde grond. In de winter moet het een plek zijn waar geen water blijft staan. Eventueel kun je de grond met steenslag of grit een beetje verbeteren. Doe er eventueel wat potgrond en kalk of beendermeel bij. Cyclaam cyclamen heeft kalk nodig om mooi te bloeien, dus jaarlijks een beetje kalk is onontbeerlijk.

Plant de knollen vooral niet te diep, de bovenkant hoeft maar net onder de grond te zitten. Nadeel is dat het moeilijk te zien is wat de bovenkant en wat de onderkant van de knol is. De bovenkant van C. hederifolium is een beetje kraterachtig. Die van C. coum heeft aan de bovenkant een kleine oneffenheid.
Je kunt dit probleem oplossen door de knollen een beetje scheef te planten. Zo zit je altijd goed. Staan ze op hun kop dan komen ze wel op maar het duurt veel langer.




Onderhoud:
Als de cyclaam is uitgebloeid werken de knollen zich omhoog. Dek de planten daarom jaarlijks af met compost of tuinaarde. Hou het materiaal waarmee je ze afdekt luchtig waarmee je rotting van de knollen voorkomt.

Om het bloei te  in het najaar een beetje te stimuleren kun je  in het late najaar wat compost of verteerde bladaarde met kalk aan Cyclamen toevoegen.

Kalk is een stof die steeds terugkomt in alle artikelen over cyclamen. Bij mij bloeiden de cyclamen de latere jaren veel minder. Dat verbeterde toen ik kalk en beendermeel ging geven.

Zaaien en vermeerderen:
Cyclamen zijn goed te zaaien maar het kan wel jaren duren voordat de planten beginnen te bloeien. Na de bloei rolt de bloemstengel zich op en aan het einde van de stengel ontwikkelt zich de doosvrucht, die uiteindelijk openbarst.

Ten eerste kun je de uitgezaaide kiemplantjes bij de plant gewoon laten staan. Die zijn echter een prooi voor slakken en andere liefhebbers van knollen en jong groen.

Maar je kunt ook gewoon de zaden opvangen, drogen en in potjes uitzaaien. Behalve uit zaad is de plant ook te vermeerderen door de knol in stukken te snijden. Doe het wel zo dat er op alle delen ogen zitten. Zodra de snijwonden opgedroogd zijn kun je stukken oppotten.

Taxonomische indeling:
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Asteriden
Orde:   Ericales
Familie: Primulaceae
Geslacht: Cyclamen





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com