Cirsium, Distel of Beekdistel

In dit artikel over de Distel, Beekdistel of Cirsium informatie over de grondsoort, bodem, standplaats, voeding en bemesting meerjarige topper voor de cottagegarden en vooral ook de wilde tuin.




Kenmerken van de Cirsium of Beekdistel
Standplaats: open ruimte voor het rozet
Standplaats: Zon, zonnig, hooguit lichte schaduw
Grondsoort: matig voedselrijk, humusrijk, vochtdoorlatend
Grondsoort: zandig, humusrijk, Leem
Bodem: vochtig, vochthoudend, in de winter niet nat
Hoogte: tot 1.50 meter
Kleur: donkerrood
Type: Vaste plant
Nederlandse naam: Beek-distel

Algemene informatie
De Distel, beekdistel of Cirsium riuvulare atropurpureum bestaat voornamelijk uit wilde planten waaronder akelig onkruid als de akkerdistel. Die wil je dus niet in je tuin hebben. Er zijn echter twee soorten die het wel uitstekend in de tuin doen. Cirsium japonicum en Cirsium rivulare Atropurpureum. Bovengenoemde soorten hebben niet of nauwelijks stekels. Ze hebben een bladrozet dat laag bij de grond blijft en bloemen die op lange, soms meer dan een meter lange stengel boven je tuin uitsteken. Net als de kogeldistel is dit een plant die je het beste in groepen kunt zetten voor een mooie paarse of roodpaarse bos bloemen in je tuin.

Rivulare ‘Atropurpureum‘ heeft wel enige stekeltjes maar je moet wel je best doen je hieraan te verwonden. De bloemen zijn mooi donkerrood. Hij begint al vroeg in Mei te bloeien en kan in de zomer doorbloeien tot ver in het najaar.

Zet deze plant niet op droge grond: hij houdt van een beetje vocht maar alleen in de zomer. Cirsium rivulare ‘Atropurpureum’ zal het dus niet overal doen. Alleen op goede tuingrond met een humusrijke zandgrond leem of lichte klei zal het echt goed gedijen. Hij zal zichzelf niet uitzaaien. Hoewel hij fraaie zaadpluizen maakt lukt dat niet al te goed. Wil je hem vermeerderen doe dat dan door het nemen van een wortelstek (in voor- of najaar) of door delen.

Thumbs cirsium-distel

Plantenvoorschriften:
Bereid de grond voor door hem los te maken en er compost doorheen te mengen. Op kleigrond mengen met zand en leem.

Maar de omliggende grond vochtig door water in het plantgat te gieten. Vul aan met losse grond, humusrijk en zandig. Geef vooral in de begintijd regelmatig en zorg er voor dat hij nooit uitdroogt.
Hij houd van de ruimte en niet van al te hevige concurrentie. Toch doet hij het bij mij goed in een border met meerdere planten. De bladrozet heeft echter wel de ruimte en geen concurrentie op die plaats. De stengels zijn lang genoeg om over vrijwel elke borderplant heen te komen.

Vermeerderen:
Deze prachtige distel zorg zelf voor verdere verspreiding door middel van uitzaaien. Uiteraard kunt u de pluisjes ook zelf verzamelen en vermeerderen. Gewoon na de laatste nachtvorst zaaien in zaai- en stekgrond en snel verpotten naar een grotere en hogere pot want hij maakt een wortelpen. Wacht dus ook niet te lang met verplaatsen naar de definitieve plek.

Daarom kunt u misschien beter ter plaatse zaaien. Gooi de zaadjes met een paar bij elkaar en dek af met een dun laagje grond. Vooral dun want deze windverspreider hoeft niet diep in de grond. Geef voldoende water en zorg in het begin goed voor het rozet. Is dat eenmaal gevormd dan is het verder genieten van de prachtige




Bemesten:
Geef de distel jaarlijks compost en bladmulch. Verder stalmest, koemestkorrels en een handje beendermeel.

Onderhoud:
Haal oude bloemen meteen weg als ze zijn uitgebloeid. Dit verlengt het bloeiseizoen en je krijgt meer bloemen. Zorg voor voldoende vocht en vermijd staand water. Maar de grond in de omgeving van de distel los en goed doorlatend.

Taxonomische indeling

Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Campanuliden
Orde: Asterales
Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)
Onderfamilie: Cichorioideae
Geslachtengroep: Cardueae
Geslacht: Cirsium





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com