Aardbeien teelt en verbouw

Aardbeien teelt en verbouw is geeft informatie over de grondsoort, standplaats, bodem, bemesting en onderhoud van de aardbei. De aardbei kan worden gekweekt in bedden, hangmanden, potten, bakken of stellingen. De beste manier voor aardbeien teelt is op stellingen maar dat is verbouw en teelt op grote schaal. Het geeft grote opbrengst zonder veel verlies. Je kunt aardbeien echter uitstekend kweken op kleine schaal in je tuin, op het balkon of op je terras.




Aardbeien teelt 

Kenmerken van de Aardbei:
Grondsoort: Humusrijk, niet te zuur, voedingsrijk
Bodem: Goed doorlaarbaar, vochting maar nooit nat
Standplaats: zonnig
Water: vochtig (maar niet nat) in alle stadia
Bloeiperiode: Mei – Juni
Bemesting: compost, champost, stalmest
Hoogte: 25 tot 50 centimeter
Breedte: tot 40 centimeter

Algemene informatie:

De Aardbei (Fragaria) is een geslacht van bloeiende planten uit de rozenfamilie of Rosaceae. De eerste wilde aardbeiensoort, Fragaria virginiana, werd bij ons in de 17de eeuw ingevoerd uit Noord-Amerika. Later werd van uit Chili de grootvruchtige Fragaria chiloensis naar europa overgebracht.  Na kruisen met andere soorten ontstond Fragaria x ananassa. Daar zijn later de bij ons bekende rassen uit doorgekweekt. Door kruising en verdedeling is uiteindelijk het tegenwoordig veel gebruikte ras Elsanta voortgekomen. Het is een ras dat grote aardbeien levert en een hoge productie.  Geef deze soort goede grond en voldoende zon en je krijgt een heerlijk smakende grote aardbei. Het op “grote schaal” kweken van aardbeien laat ik buiten beschouwing. Dit is een vak op zich waar je websites vol mee kan schrijven. Mijn stukje gaat over de solitaire aardbei in de wilde tuin waar je genietend van je bloemen een besje van meepikt of in hangpotten en bakken.

Schijnvrucht

Aardbeien zijn schijnvruchten. Je spreekt van een schijnvrucht wanneer naast het vruchtbeginsel en het zaad ook andere plantendelen gaan meedoen met de vruchtvorming. De schijnvrucht bestaat niet enkel meer uit de vruchtwand en het zaad. Andere plantendelen die aan de vruchtvorming meedoen, kunnen zijn: de bloembodem, de kelkblaadjes of de bloeistengel.

Bij de aarbei in het bijzonder is het de bloemboden die de “vrucht” vormt. Kijk je geod dan zie je aan de buitenzijde van de aardbei de zaadjes zitten. Als je een aardbei eet dan voel je die zaadtjes tussen je tanden en kiezen. Het is vaak een korte smaakexplosie als je zo’n zaadje doorbijt.

Bodemgesteldheid en grondsoort.

bij aardbeien teelt wil je humusrijke, goed doorlaatbare grond, niet te zure grond met voldoende tot ruim voldoende voeding. De plant houd niet van staand water dus kun je hem goed kweken op verhoogde borders, bedden of kweekbakken. Hij houd echter wel van vocht dus in alle stadia van de groei nooit later verdrogen. De aardbei is ook zeer geschikt als hangplant of op de kweektafel.

Wanneer te planten:

Het verdient de voorkeur om aardbeienplanten in het najaar te planten zodat je er volgend jaar lol van hebt. Normaal gesproken worden aardbeien in het midden van augustus geplant. Te vroeg planten geeft vaak te veel plant en te weinig fruit. Te laat planten geeft minder bloemen in het voorjaar.
Ga je wat meer planten zetten dan is het nuttig je in de rassen te verdiepen. Met de juiste planten op het juiste moment geplant kun je het gehele jaar door aardbeien eten.

Wijze van planten:

De aarbeienplant heeft een soort knolletje waar de takken en wortels aan ontspruiten. Dit moet niet in zijn geheel onder de grond. De wortels moeten onder de grond maar het hart van de plant moet nog zichtbaar zijn net boven de grond. Geef de aardbei voldoende ruimte. In een pot met een doorsnee van 20cm zet je 1 plant. Vergeet niet de uitlopers weg te halen tijdens de bloei en de vruchtvorming anders gebruikt hij zijn energie daarvoor.

Bemesting

De aardbei houd van voedingsrijke grond en bemesting met organische meststoffen zoals stalmest en champost. Dit laatste is geen compost maar grond die gebruikt is voor champignonteelt.
Gewone compost is in de stads- en hobbytuin overigens uitstekend geschikt. Bijmesten is niet nodig, de bemesting vind plaats bij het vullen van de potten, bakken of bij het planten.
Meng de meststoffen en de grond een paar dagen van tevoren om beschadiging van de planten te voorkomen. Dit geld overigens voor alle planten die je met toevoeging van compost, tuinmest en stalmest gaat planten. Bijmesten in beperkte mate met  organische meststoffen.

Worteldoek:

Ga je de aarbeien op een groter oppervlak groeien dan is het raadzaam de grond af te dekken met worteldoek. Wat ik nog wel eens doe is onder de afzonderlijke planten een cirkel van worteldoek leggen om te voorkomen dat de aarbeien op de grond verrotten. Ook bij grotere potten bakken of op een kweektafel dien je te voorkomen dat de vruchten op de grond komen te liggen. hiervoor kun je stro, grind, grit of fijne bast en hele fijne houtpulp gebruiken. Dan ben je meteen van de nodige slakken af.
Let op: Als het erg heet word kunnen de vruchten verbranden op het zwart doek. Je kunt er dan wat hooi of stro onder leggen. Plant je de aarbeien in de tuin tussen andere planten dan is dat niet nodig. Maar hou dit wil in de gaten als je worteldoek gebruikt.

Winterhardheid:

Aardbeien zijn niet geheel en al winterhard. Enige bescherming en afdekken bij strenge vorst is dan ook zeker nodig.

Vruchtrot

Bij veel regen en vocht kunnen de aardbeien snel gaan rotten. Met noeste handarbeid kun je dit voorkomen. Leg de vruchten droog op stro of bedenk andere oplossingen om ze uit het water te houden.




Vermeerdering en overhouden

Aardbeien vormen uitlopers (stolonen) waaraan weer planten gevormd worden. Een gezonde plant kan tot 10 uitlopers produceren. Eind juli/begin augustus kun je deze uitlopers uitplanten. Je hebt dan het volgend jaar planten die vruchten dragen. De gemiddelde tuinliefhebber laat zijn planten vaak staan om er het jaar daarop er weer van te oogsten. Dat kan wel maar dat vereist enige aandacht. Je kunt aardbeienplanten doorgaans twee jaar gebruiken. Het eerste jaar, als je ze klein koopt of cuts maakt van uitlopers, zullen ze klein zijn en weinig opbrengst hebben. Zijn ze groot en volgroeid dan kun je ze 1 jaar gebruiken. Aan het einde van het seizoen (de zomer, als ze niks meer opbrengen) helemaal terugzetten en een paar blaadjes laten zitten, niet meer. Binnen een maand zijn ze weer aan het groeien. Dan kun je ze nog een jaar gebruiken. Maar na 2 volle seizoen doe je er goed aan opnieuw te beginnen.

Plantenziekten:

De aardbei is een verzamelaar van ziekten aan de wortels, de bladeren en de vruchten. Vruchtrot, meeldauw, bodemschimmels, verwelkingsziekte, wortelrot, stengelbasisrot en de nodige insecten maken het leven van de aardbeienkweker tot een ware hel. En dan ook nog eens muizen, slakken en vogels die zich tegoed doen aan je zomerkoninkjes.

Kortom, hang ze op of zet ze hoog neer en controleer dagelijks op vijanden die het op je fruithapje hebben voorzien. Maak de kruipertjes handmatig af of voer ze aan de vogels zodat die geen zin meer hebben in je aardbeien. Stuur de kat op de muizen af en gooi je plant meteen weg als ze tekenen van ernstige ziekte vertonen zoals verkleurd en opgerold blad, snelle rot, slap hangen als de zon niet schijnt en meer van zuks.

 

aardbei-fragaria-anansa (2)

Taxonomische indeling:

Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht: Fragaria
Soort: Fragaria x ananassa





x




Mijn andere website: OutdoorIndex.nl
Support Wiki | PixaBay.com